Tekstbureau Inge Marleen - Waarom ik show, don't tell geen productief schrijfadvies vind

Waarom ik ‘show, don’t tell’ geen productief schrijfadvies vind

comments 6
column, creatief schrijven

Show, don’t tell. Je wordt er als schrijver haast door achtervolgd op straat. Telemarketeers? Niets vergeleken bij de opdringerigheid van dit advies. Het is het eerste schrijfadvies dat je te horen krijgt op elke opleiding, cursus of workshop creatief schrijven. Het is ook een van de redenen dat zoveel manuscripten worden afgewezen door uitgeverijen. Maar ik vind show, don’t tell een achterhaald schrijfadvies dat meer kwaad dan goed doet.

Wat is show, don’t tell?

Show, don’t tell schrijft voor dat je de lezer iets moet laten zíén en het verhaal niet moet vertellen (‘en toen en toen en toen’). In het Nederlands heet dit gewoon ‘beeldend schrijven’. Het doel hiervan is om de lezer het idee te geven dat hij in het verhaal aanwezig is en geen boek aan het lezen is. Het maakt de schrijver onzichtbaar.

Voorbeeld

Tell: Pietje kijkt bang om zich heen, maar hij ziet niets.
Show: Pietjes hart klopt in zijn keel. Zijn ogen flitsen door de ruimte, maar hij ziet niets.

In het bovenste voorbeeld zegt iemand tegen je hoe Pietje zich voelt. Dat moet je dan maar voor zoete koek slikken. In het onderste voorbeeld ‘voel’ je hoe Pietje zich voelt en daardoor kun je je met hem identificeren. Je kunt er niet onderuit.

Waarom vind ik het dan een slecht advies?

Het idee erachter is natuurlijk goed. Wie wil niet door een beeldend verhaal worden meegezogen? Maar het gaat zo vaak fout dat dit advies meer kwaad doet dan goed. Want:

1 Je vervangt beschrijvingen door clichés

Wat ik regelmatig zie gebeuren is dat schrijvers ontzettend hun best doen om maar zo min mogelijk te vertellen en zo veel mogelijk te laten zien. Een personage is dan niet angstig, maar heeft klamme handen en voelt zijn hart in zijn keel kloppen. Hij is niet verliefd, maar krijgt knikkende knieën als de liefde van zijn leven de kamer binnenkomt. Hij is niet verbaasd, maar kijkt je aan met opgetrokken wenkbrauwen.

Deze clichés zijn dodelijker voor je verhaal dan een ‘saaie’ beschrijvende zin. Ze zorgen er niet voor dat je schrijfstijl beter wordt. Ze werken zelfs tegen je als je je manuscript opstuurt naar een uitgeverij. Je creëert namelijk personages die zich onnatuurlijk gedragen en ook onnatuurlijk omgaan met andere personages. Niemand trekt de hele tijd zijn wenkbrauwen op en als iemand in het echt naar je knipoogt is dat eerder freaky dan grappig.

Het vervelende van deze showpogingen is dat je als schrijver het idee hebt dat je goed bezig bent. Je bent namelijk niet aan het beschrijven en dat is wat het advies voorschrijft. Maar het betekent juist het tegenovergestelde: je bent je stijl niet aan het verfijnen en perfectioneren. Met als gevolg dat je je niet verder ontwikkelt, terwijl dat juist is waar je van leert en waardoor je een betere schrijver wordt.

2 Een goede balans tussen vertellen en laten zien 

Een tweede valkuil is dat er geen balans meer is tussen laten zien en vertellen. Als je de twee voorbeeldzinnetjes hierboven zonder context ziet, heb je waarschijnlijk voorkeur voor de tweede zin. Maar als Pietje op elke pagina hartkloppingen, klamme handjes en heen en weer flitsende ogen heeft dan ben je dat op pagina drie wel een beetje beu. 

Te veel showen haalt de vaart uit je verhaal en dat heeft weer een negatief effect op de spanningsboog. Een voetreis van drie dagen hoeft niet tot in detail te worden beschreven, tenzij dat natuurlijk essentieel is voor het verhaal. Het belangrijkste is dat je zoekt naar een goede balans tussen vertellen en laten zien. 

Showen kan ervoor zorgen dat de lezer meeleeft met de personages, maar tellen zorgt voor vaart en (daardoor indirect) voor spanning. Je hebt beide nodig om je verhaal gelaagd, interessant, spannend en aangrijpend te maken.

3 Als je het fout doet (en die kans is dus groot) ben je als schrijver te aanwezig in de tekst

En dat wil je juist niet. Je wil als schrijver onzichtbaar zijn, zodat de lezer niet doorheeft dat hij een verhaal aan het lezen is. Als deze magie wordt doorbroken heeft de lezer ineens door dat er een schrijver is die het verhaal heeft opgeschreven en dan voelt hij zich ‘genept’. Niet de bedoeling!

Hoe dan wel?

Ik zeg natuurlijk niet dat je niet beeldend moet schrijven, maar ik zou wel graag het advies ‘show, don’t tell’ in de prullenbak willen kieperen. En de slechte voorbeelden die ermee gepaard gaan. Het is gewoon lastig om te leren ‘showen’. Het enige wat echt werkt is meters maken en doorbijten. Schrappen en opnieuw beginnen. Jezelf uitdagen en experimenteren.

Gebruik je fantasie…

Gebruik originele allegorieën en andere stijlfiguren. Kijk kritisch naar je beeldspraak en daag jezelf uit om voortdurend met scherpere analyses te komen. Daarmee onderscheid je je van andere schrijvers. En daarmee maak je wél kans om op te vallen in de slushpile.

Wees je bewust van clichés en probeer op een andere, beeldendere en originelere manier te laten weten dat je personage bang, verliefd of verbaasd is. Deins er niet voor terug om op zijn tijd gewoon te zeggen dat iemand bang, verliefd of verbaasd is. Het is jouw verhaal, jij bepaalt wat er gebeurt en hoe het gebeurt. Laat je verhaal niet verpesten door slechte schrijfadviezen die van een origineel idee een slap aftreksel van iets anders maken (een cliché dus). Het thema van de Boekenweek van dit jaar was niet voor niets ‘rebellen en dwarsdenkers’. Doe wat jij wil en trek je lekker niets aan van algemeen schrijfadvies* (maar het mág natuurlijk wel!). *feedback op je werk, vooral die van schrijfdocenten, uitgezonderd!

…en laat clichés uitsluitend voor je werken

Dat betekent ook dat je showclichés voor je kunt laten werken. Je kunt er irritatie mee oproepen bij de lezer, waardoor je een personage kunt wegzetten als vervelend, saai, drammerig, stereotiep, wat dan ook. Zolang je het maar niet toepast op meer dan één persoon. Je kunt de antipathie van de lezer gebruiken voor de persoonlijke ontwikkeling van het personage. Aan het einde van het boek heeft hij veel geleerd en is hij een stuk aangenamer geworden in de omgang. Clichés zijn alleen het kwaad zelf als je ze niet herkent en niet bewust bent dat je ze gebruikt.

Zo, ik heb lekker even tegen het systeem geschopt. Nu is de beurt aan jou. 


(Be)Schrijf ze! 

Verder lezen

Voorkom deze 8 veelgemaakte fouten van beginnende schrijvers! 
Je manuscript herschrijven: do’s en don’ts 
De slushpile 101: de waarheid over ongevraagde manuscripten 
10 Novels that Break All the Rules (Fold Magazine) 
12 Ways to Be an Invisible Writer (Storm Writing School)

6 Comments

  1. Maar is beeldend schrijven dan slecht advies of kúnnen sommige mensen het niet zo goed waardoor het slechte verhalen teksten worden..? 😉 Verder goed advies na je drie redenen 🙌🏻

    • Dank je, Ingelise! Ik noem het deels slecht advies vanwege het dramatische effect, maar deels vind ik ook dat het advies te pas en te onpas wordt gegeven zonder dat er wordt ingegaan op wat beeldend schrijven IS, waardoor schrijvers dus een verkeerd beeld ervan krijgen en het misschien verkeerd gaan toepassen (met als gevolg die knikkende knietjes en klamme handjes die ik noemde). Het ligt dus inderdaad iets genuanceerder! 😉

  2. Als scenarioschrijver wil ik graag nog een andere dimensie toevoegen aan het credo ‘show, don’t tell’: jouw voorbeeld nemend zou Pietje in het geval van ‘tell’ een ander personage vertellen – of later zelf terugblikken – dat hij niets zag en bang was. In het geval van ‘show’ maak je het moment mee dat Pietje niets ziet en bang is.

    Voor mij is de belangrijkste les van storytelling het oproepen van empathie bij de lezer of kijker – door verschillende technieken. Je ‘tell’-voorbeeld neigt naar empathie: je ziet Pietje voor je en begrijpt wat hij meemaakt. Het ‘show’-voorbeeld daarentegen alsof je zelf Pietje bent, dus vooral identificatie. Of tekst nu bedoeld is om te lezen of bewerkt te worden naar film, mijn voorkeur gaat uit naar een combinatie van je ‘tell’-voorbeeld en ‘show’-elementen in de vorm van mimiek, beweging, en gesproken (sub)tekst.

    • Dank je wel voor je uitgebreide reactie, Sabine! En wat een fijne toevoeging, heel interessant om het perspectief van een scenarioschrijver te lezen. Met dit blog wil ik inderdaad ook het liefst uitdragen dat een combinatie van zowel show als tell het beste is en dat je verhaal vastloopt als je een van beide technieken te veel toepast (wat naar mijn idee wordt voorgesteld in het advies ‘show, don’t tell’). Empathie is een waardevolle aanvulling hierop!

Leave a Reply