Manuscripten aanbieden bij uitgeverijen

Je manuscript aanbieden bij een uitgeverij: hoe doe je dat (niet)?

comment 0
uitgeven

Hoe moet je je manuscript aanbieden bij uitgeverijen?

De enige tip die je echt kans van slagen geeft bij uitgeverijen, is om de slushpile volledig te omzeilen. In mijn blog over afwijsbrieven schreef ik al dat de kans dat je uit de slushpile wordt opgepikt minuscuul is. Vrijwel verwaarloosbaar, eigenlijk.

Helaas is het niet voor iedereen mogelijk om op een andere manier binnen te komen bij een uitgeverij. Daarom deel ik vandaag mijn tips waarmee je je kansen vergroot.

Dit moet je doen of juist niet doen om eruit te springen

1. Zorg voor een introductie

Tegenwoordig is netwerken de beste manier voor alles. Om aan een baan of opdracht te komen, om je webshop te promoten, om te groeien op social media, om hulp in te roepen (#durftevragen, #askingforafriend) en om een nieuwe kapper/bakker/schoonmaker te vinden. En ook om je boek uitgegeven te krijgen. 

Je netwerk inzetten is dus een goed begin. Misschien ken je iemand die bij een krant of tijdschrift werkt, hoe literairder hoe beter. Of misschien ken je iemand die iemand bij een uitgeverij kent. Als diegene jouw manuscript naar een redacteur mailt, heb je een grotere kans om niet op de slushpile te belanden. Vooral als er een testimonial aan vasthangt. 

Heb je geen enkel contactpersoon die je zou kunnen inzetten? Dan kun je ook denken aan indirecte contacten, bijvoorbeeld via schrijfcursussen. Zowel de docenten als sommige mede-cursisten hebben soms een ‘in’ bij uitgeverijen. Als je werk in de smaak valt weet je maar nooit hoe het kan lopen! Pro-tip: Bekijk het mooie cursusaanbod van The Writer’s Guide eens.

2. Probeer eerst voor tijdschriften of kranten te schrijven

Het helpt enorm als je eerder hebt gepubliceerd in tijdschriften of kranten. Dit neemt de eerste barrière weg, zeker als het een literair blad is. Iemand anders heeft dan al iets in jou gezien, waardoor de redacteur of uitgever met heel andere ogen naar je manuscript kijkt. Zelfs als je via de slushpile binnenkwam.

3. Noem eerdere uitgaven expliciet

Noem al je eerdere uitgaven expliciet in je begeleidende brief. Hierbij kun je denken aan publicaties in literaire tijdschriften, op literaire blogs of websites en natuurlijk boeken die bij andere uitgeverijen zijn verschenen.

Dat laatste geldt niet als je een boek in eigen beheer hebt uitgegeven. Dat kun je beter helemaal niet noemen in je brief, omdat het voor een uitgever nadelige gevolgen kan hebben. Iedereen kan een boek in eigen beheer uitgeven, dus er is geen kwaliteitsfilter. Veel beginnende schrijvers overwegen om zelf aan de slag te gaan met uitgeven om te kijken of er vraag is naar hun boeken. Het is dan meer een uitprobeersel dan een serieuze zakelijke onderneming. Daardoor zijn boeken in eigen beheer vaak niet of onvoldoende geredigeerd en gecorrigeerd. Uitgeven in eigen beheer heeft daarom een slechte naam bij ‘echte’ uitgevers.

Niet alle uitgevers zijn hier even streng in, maar het is de moeite waard om er in ieder geval rekening mee te houden. Andersom kan het ook voorkomen dat een boek in eigen beheer het zo goed doet dat een uitgeverij het oppikt, maar dat is een zeldzaamheid.

4. Denk mee over hoe je boek commercieel in de markt gezet kan worden

Voorbeeld: Als je een succesvol blog hebt met 100.000 bezoekers per maand, dan heeft de uitgever veel minder risico. Naamsbekendheid heb je namelijk al. Vermeld dus altijd relevante cijfers van je online activiteiten. Overdrijf niet, schep niet op en hou het zakelijk.

Een ander voorbeeld is dat je contact hebt met boekbloggers of -vloggers die je boek zouden willen recenseren. Of dat je bevriend bent met iemand die voor kranten boeken recenseert.

Heb je echter niet zulke ‘openingen’, dan hoef je je ook niet in bochten te wringen om allerlei marketingstunts te bedenken. Dus: maak gebruik van het netwerk dat je hebt, maar haal geen fratsen uit als dat niet zo is.

5. Stuur je manuscript eerst naar een literair agent

Dit is geen do of don’t, maar een optie. Als je manuscript door een agent wordt aangenomen is de kans op publicatie veel groter dan wanneer je zelf een manuscript opstuurt naar een uitgeverij. Een literair agent weet bovendien waarschijnlijk beter dan jij welke uitgeverijen interesse zouden kunnen hebben, waardoor je sneller resultaat hebt. Een agent ziet ook het grotere plaatje: trends in het boekenvak, welke boeken goed verkopen en welke niet en welke boeken op internationale interesse kunnen rekenen. Vervolgens gebruikt de agent die kennis om met de uitgever te onderhandelen over een hoger voorschot.

Een agent kan er dus voor zorgen dat je de slushpile helemaal vermijdt. In het buitenland is het een stuk gangbaarder om met agenten te werken dan in Nederland. In het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten is het zelfs bijna onmogelijk om je manuscript uitgegeven te krijgen zonder bemiddeling van een agent. 

6. Vermeld schrijfwedstrijden alleen als je nog heel jong bent (< 25)

Vermeld schrijfwedstrijden niet, tenzij het een prestigieuze is, zoals Write Now, en je nog heel jong bent (onder de 25). Uitgeverijen houden Write Now nauwlettend in de gaten, omdat ze altijd op zoek zijn naar vers bloed en deze wedstrijd goede (en commercieel succesvolle) auteurs heeft opgeleverd. Kijk maar naar Lize Spit die ruim 200.000 exemplaren van haar debuut verkocht. 

Heb jij hoog gescoord tijdens Write Now? Dan zou ik eerst even bellen naar de uitgeverij om je verhaal te doen en te zeggen dat je je manuscript graag wil aanbieden. Vraag meteen naar welke redacteur je je manuscript het beste kunt sturen, dan kom je niet (of minder snel) op de grote stapel terecht. In de begeleidende brief verwijs je dan natuurlijk naar het telefoongesprek.

Er zijn echter ook heel veel kleine wedstrijden die je beter niet kunt noemen, zeker niet als je de 25 bent gepasseerd. Het staat dan juist niet professioneel en je hebt in dat geval meer baat bij eerdere publicaties, bijvoorbeeld in tijdschriften. Wat overigens niet wil zeggen dat je niet mag meedoen aan schrijfwedstrijden, maar ik zou er ook weer niet mee te koop lopen.

7. Doe je huiswerk

Verdiep je in de uitgeverijen waarnaar je je manuscript opstuurt. Geef persoonlijke en onderbouwde redenen waarom uitgerekend jouw boek in hun fonds past. Dus niet ‘ik schrijf feelgood en jullie geven feelgood uit’. Op die manier stuur je iedere uitgeverij een andere, unieke brief en geen standaard verkooppraatje (daar houden we zelf toch ook niet van?).

8. Maak werk van je begeleidende brief

Zorg dat je begeleidende brief foutloos is. Laat hem door ten minste één ander persoon lezen en schrijf één brief per uitgeverij (ga dus niet knippen en plakken). Redacteuren hebben meteen door als je alleen de aanhef aanpast en dezelfde brief naar meerdere uitgeverijen stuurt. 

Hou de brief zakelijk, maar zorg dat het niet te droog wordt. De tijd van redacteuren is schaars, dus hoe korter en krachtiger, hoe beter! Een A4 is eigenlijk al te lang. Vertel kort wie jij bent, geef relevante informatie, zet je elevator pitch erin en waarom jouw manuscript in hun fonds past en je bent klaar. De rest staat in je synopsis.

9. Schrijf foutloos

Aan de ene kant klinkt het logisch dat je manuscript nagenoeg foutvrij moet zijn en je begeleidende brief helemaal foutloos is. Aan de andere kant is het ook logisch om als beginnend schrijver te denken dat de uitgeverij verantwoordelijk is voor de redactie en dat het daarom niet perfect hoeft te zijn. Je maakt alleen een veel betere indruk als je zo min mogelijk fouten maakt, zeker in je brief. Laat die dus altijd door iemand anders dan jezelf doorlezen voordat je je manuscript opstuurt. Vergeet ook de spellingscontrole van Word (of online equivalent) niet.

10. Bied geen eerste versie aan

Een van de redenen dat de slushpile zo’n lage ‘conversie’ heeft, is dat veel mensen eerste versies van hun verhaal opsturen. Zo’n verhaal valt eigenlijk meteen al af, niet alleen omdat de potentie nog niet altijd in de eerste versie aanwezig/zichtbaar is, maar ook omdat de uitgever niet weet of jij de capaciteit hebt om een verhaal te herschrijven en gereed te maken voor publicatie.

(Beroeps)schrijvers laten hun eerste versie vaak aan niemand lezen en sturen pas latere versies op naar hun proeflezers, zoals vrienden en familie. Soms ook al een redacteur, maar meestal komt de uitgeverij pas in beeld als de feedback van de proeflezers door de schrijvers is verwerkt (of verworpen!). Als je na je eerste versie niet goed weet hoe je verder moet, lees dan het blog dat ik daarover schreef: Je manuscript herschrijven: do’s en don’ts.

11. Stuur geen testimonials mee

Stuur geen testimonials mee. Als jij iemand kent die ertoe doet in het boekenvak, denk aan gerenommeerde schrijvers, redacteuren of uitgevers, vraag diegene dan om je manuscript namens jou aan te bieden (zie punt 1). Dat werkt veel beter dan een testimonial! De kans dat je dan in de slushpile belandt is vrij klein. 

Ga je toch zelf je manuscript ongevraagd opsturen, dan is je kennis niet belangrijk genoeg om de slushpile te kunnen omzeilen en dan kun je diegene beter niet noemen. ‘Mijn buurvrouw vond mijn boek zo mooi’ doet meer kwaad dan goed. 

12. Wacht de reactie niet af

Blijf niet wachten op een reactie, maar begin aan je volgende boek. Het duurt gemiddeld drie maanden voordat je wat hoort van een uitgeverij en het is zonde als je die tijd verspilt en niet schrijft. Worden je eerste boeken afgewezen, je volgende misschien niet! 

13. Raak niet ontmoedigd

Het belangrijkste is: raak niet ontmoedigd door afwijzingen, heel veel succesvolle auteurs zijn veelvuldig afgewezen voordat hun manuscript werd uitgegeven. Denk aan J.K. Rowling, die maar liefst twaalfkeer is afgewezen en nu een van de rijkste auteurs ter wereld is. Zo zie je maar, het kan raar lopen.

Kortom

1 Zorg voor een introductie.
2 Probeer eerst voor kranten of tijdschriften te schrijven.
3 Noem eerdere uitgaven expliciet.
4 Denk mee over hoe je boek commercieel in de markt gezet kan worden.
5 Stuur je manuscript eerst naar een literair agent.
6 Vermeld schrijfwedstrijden alleen als je nog heel jong bent (< 25).
7 Doe je huiswerk: welke uitgeverij past bij jou?
8 Maak werk van je begeleidende brief.
9 Schrijf foutloos, vooral in je begeleidende brief.
10 Bied geen eerste versie van je manuscript aan.
11 Stuur geen testimonials mee.
12 Wacht de reactie niet af, maar begin aan een nieuw verhaal.
13 Raak niet ontmoedigd.

Schrijf ze!

Verder lezen
Wat afwijsbrieven echt betekenen
The shocking truth about the slush pile (The Guardian)

p.s. Dit artikel op Schrijven Online van debutant Lucia van den Brink heeft een superleuke, verfrissende en originele invalshoek: Zo verdubbel je jouw kans op publicatie.

Leave a Reply